• 14 okt

    2016

    Ilse

    Uitputting: de uitzondering bij parallelimport

    Enige tijd geleden schreef ik in mijn blog hoe je je merk kan beschermen tegen parallelimport. Een uitzondering op het exclusieve merkrecht van een merkhouder in geval van parallelimport, is de uitputtingsregel.

    Uitputtingsregel

    Het recht van een merkhouder om zich te verzetten tegen het gebruik van zijn merk is uitgeput als de hij toestemming heeft gegeven om de originele producten in het verkeer brengen. Deze regel geldt alleen binnen de Europese Economische Ruimte (EER: EU-landen inclusief Noorwegen, IJsland en Liechtenstein). Als de producten dus in de Verenigde Staten in het verkeer zijn gebracht, is het merkrecht niet uitgeput en kan de merkhouder zich wel verzetten.

    De door de merkhouder gegeven toestemming moet gelden voor elk afzonderlijk product. Dat betekent dat als de merkhouder toestemming heeft verleend voor een bepaald product, dat dit niet automatisch geldt voor andere producten. Degene die een beroep doet op uitputting, moet bewijzen dat de producten met toestemming van de merkhouder in het verkeer zijn gebracht.

    Een voorbeeld van een zaak waarin met succes een beroep op uitputting is gedaan, is een kwestie die speelde tussen G-Star en de Makro waarin de Hoge Raad in 2009 een arrest wees. G-Star had een rechtszaak aangespannen tegen de Makro vanwege de verkoop van haar spijkerbroeken. G-Star stelde (onder andere) dat er sprake was van een inbreuk op haar merkrechten omdat zij geen toestemming aan de Makro had gegeven voor de verkoop van de spijkerbroeken. De Makro stelde echter dat het merkrecht van G-Star was uitgeput omdat de spijkerbroeken met de toestemming van G-star in het verkeer waren gebracht. De Makro toonde aan dat zij de spijkerbroeken via een distributeur van G-Star had gekocht. De distributeur had toestemming van G-Star om de spijkerbroeken in het verkeer te brengen, zodat het merkrecht van G-Star ten opzichte van Makro was uitgeput.

    Uitzondering op de uitzondering

    Als producten door een merkhouder met toestemming in de EER in het verkeer zijn gebracht, betekent dat niet dat de merkhouder helemaal niets kan doen. Een merkhouder kan namelijk wel bezwaar maken tegen het in het verkeer brengen van zijn producten als hij daar gegronde redenen voor heeft. Die gegronde redenen kunnen zijn dat de producten zijn gewijzigd of verslechterd: er is bijvoorbeeld een wijziging aan de verpakking aangebracht of de producten zijn beschadigd of bedorven. Dit betekent dat een beroep op uitputting een wederverkoper niet kan baten als er sprake is van een gewijzigd of verslechterd product.

    Daarnaast kun je je als merkhouder verzetten als de wederverkoper de indruk wekt dat er een commerciële band bestaat tussen hem en de merkhouder. De wederverkoper mag overigens wel reclame maken voor de verkoop van de producten.

    Genoemde uitzonderingen op de uitputtingsregel zijn belangrijk voor de merkhouder omdat je als merkhouder hierdoor de kwaliteit van je eigen product kunt waarborgen en je de reputatie van het door jou opgebouwde merk kunt beschermen.

    Wil je meer weten over de bescherming van je merk? Neem dan gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek op 06-52040912 of ilse@doenlegal.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Klanten die Doen