• 11 feb

    2013

    Einde van het Auteursrecht?

    Er zijn steeds meer mensen die vinden dat het auteursrecht haar langste tijd heeft gehad. In een maatschappij waarin delen en het vrij verspreiden van informatie steeds belangrijker wordt, ervaren zij het auteursrecht als het vijfde wiel aan de wagen. Zij zouden de werking van het auteursrecht dan ook graag ingeperkt zien. In dat licht is het opvallend dat een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over dit onderwerp, drie weken lang onopgemerkt bleef.

    Uitspraak
    Deze uitspraak werd gedaan in een zaak die was aangespannen door  een aantal modefotografen tegen de Franse Staat. De fotografen waren in Frankrijk veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding vanwege inbreuk op auteursrechten van een kledingmerk.  Tijdens de modeshow van dit merk hadden deze fotografen zonder toestemming foto’s genomen en deze hadden zij eveneens zonder toestemming op internet geplaatst. Volgens de Franse rechter leverde dit een inbreuk op de auteursrechten van het kledingmerk op. Hierop startten de fotografen een procedure tegen de Franse staat. Daarbij betoogden zij onder meer dat het auteursrecht in dit geval inbreuk maakte op hun vrijheid van meningsuiting. Het EHRM stelt voor het eerst dat het auteursrecht onder omstandigheden inderdaad een inbreuk kan zijn op de vrijheid van meningsuiting. In dit geval was die inbreuk op de vrijheid van meningsuiting echter wel gerechtvaardigd omdat de foto’s in een commerciële setting werden gebruikt althans niet werden verspreid om een bijdrage te leveren aan het publieke debat over bijvoorbeeld de positie van vrouwen in de mode industrie en het gevaar van anorexia bij fotomodellen.

    Belangstelling
    Nadat er over dit onderwerp op een weblog van Kluwer over auteursrecht een artikel  was verschenen, pikte de grote massa het op en internet ontplofte. Er werd door alle tegenstanders van het auteursrecht gecommuniceerd dat het EHRM ineens zou hebben beslist dat auteursrecht per definitie in strijd zou zijn met de vrijheid van meningsuiting. Op allerlei blogs en fora  werd deze uitspraak met gejuich uitgelegd als het einde van het auteursrecht en de deur zou hiermee open gezet zijn voor downloaden, uploaden en namaken. Het auteursrecht was dood en begraven. Een nadere bestudering van de uitspraak leert echter dat dit alles een stuk genuanceerder ligt en het allemaal in zo’n vaart niet zal lopen.

    Afweging
    Vooropgesteld moet worden dat de discussie over auteursrecht en vrijheid van meningsuiting niet nieuw is. In Nederland is het auteursrecht wel vaker getoetst aan de vrijheid van meningsuiting. Dat gebeurde al in 1996 in de zaak tussen de Scientology Church en XS4All/Karen Spaink. Wel is het nieuw dat door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens  deze afweging ook op Europees niveau wordt gemaakt en ook nieuw is de conclusie dat het auteursrecht niet langer onaantastbaar is, maar opzij kan worden gezet door een ander groter en/of beter belang.

    Het EHRM overweegt, kort gezegd, dat een inbreuk op een auteursrecht alleen op zich niet voldoende is om tot een veroordeling wegen auteursrecht inbreuk te komen. Daarvoor is meer nodig. De handhaving van het auteursrecht moet ‘nodig zijn in een democratische samenleving’. Alleen dan is er van auteursrechtelijke inbreuk sprake. In het andere geval zal de vrijheid van meningsuiting zwaarder wegen.

    Publieke debat
    Een hulpmiddel om te bepalen of de handhaving nodig is in een democratische samenleving kan worden gevormd door de scheiding die kan worden aangebracht tussen gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken in het kader van het voeren van het publieke debat enerzijds en het gebruik met commerciële doeleinden anderzijds. Als het werk word gebruikt voor het publieke debat, is de handhaving van het auteursrecht niet nodig in een democratische samenleving en zal het belang van de vrijheid van meningsuiting zwaarder wegen.Indien dat niet het geval is, zal het auteursrecht gehandhaafd kunnen worden.

    Conclusie
    Daarom moet er de voorzichtigheid worden betracht bij het bejubelen van deze uitspraak. Het betekent niet dat nu alles vrij is en het auteursrecht niet meer bestaat, integendeel. Ook betekent het niet dat je met een beroep op de vrijheid van meningsuiting klakkeloos alles kunt delen. Het betekent ‘slechts’ dat een rechter verder moet kijken dan enkel de vaststelling dat er inbreuk op een auteursrecht wordt gemaakt. Wordt het werk gebruikt als onderdeel van het publieke debat, of in een commerciële setting? Van dat eerste zal niet snel sprake zijn. Het EHRM vond immers dat ook het plaatsen van de foto’s van de modeshow op internet geen inbreuk op de vrijheid van meningsuiting opleverde. Een extra stap is dus nodig, maar deze stap zal relatief eenvoudig kunnen worden genomen.

    Toch neemt dat niet weg dat de weg naar naar een kwetsbaarder auteursrecht is ingeslagen. De komende jaren zal moeten blijken hoe de nationale rechters met deze nieuwe ontwikkeling om zullen gaan.

Klanten die Doen