• 6 sep

    2010

    De entreefee bij beeindiging

    Telkens weer verschillen contractspartners over de bedoeling van de tussen hen gemaakte afspraken. Vaak komt het aan op de uitleg van een bepaalde tekst in het contract. Zo ook in een geschil tussen een franchisegever in de personele dienstverlening en haar franchisenemer. De franchisenemer blijkt zijn onderneming niet succesvol te kunnen exploiteren, genereert geen omzet en staakt zijn activiteiten. De franchisegever accepteert de beƫindiging, maar verlangt alsnog betaling van de entreefee.

    Partijen hadden afgesproken dat de entreefee zou worden verrekend met de te realiseren omzet. Het contract zegt niets over de situatie waarin geen omzet wordt gemaakt. De vraag die partijen nu verdeeld houdt, is of de entreefee verschuldigd is en zo ja wanneer het bedrag verschuldigd is. Nu het contract hierover niets regelt, spelen de eisen van de redelijkheid en billijkheid een rol. De rechtbank vult deze eisen in, met onzekerheid van dien. Onzekerheid die eenvoudig voorkomen had kunnen worden door een duidelijke formulering van het franchisecontract.

    De franchisenemer stelt verder, dat het entreebedrag in geen verhouding staat tot de geleverde prestaties. Hij verzoekt om wijziging van de fee. Bijzonder is dat de rechtbank dit beroep op onvoorziene omstandigheden honoreert. Opnieuw vanwege de wijze waarop de franchiseovereenkomst geformuleerd is; een formulering die hiaten bevat en deels onduidelijk is.

Klanten die Doen