• 25 jul

    2019

    De financiele afrekening bij franchiseorganisatie Albert Heijn

    Het Gerechtshof in Amsterdam heeft op 23 juli 2019 de eisen van de Albert Heijn- franchisenemers afgewezen in hun conflict met de franchisegever. Eerder had de rechtbank Noord-Holland deze eisen ook al verworpen. 

    De zaak was aangespannen door de Vereniging van franchisenemers en gaat in essentie over een geschil rondom de afrekening van kosten en opbrengsten. Volgens de franchisenemers onttrekt Albert Heijn gelden aan de zogenoemde onverdeelde marge, waardoor zij per saldo te veel betalen voor hun producten. Albert Heijn is het daar niet mee eens. Volgens de franchisegever geven de franchisenemers een nieuwe betekenis aan het begrip onverdeelde marge en willen ze eigenlijk een soort winstdeling met Albert Heijn zonder het daarbij behorende risico.

    De uitspraak van het Hof kent vele overwegingen, waarvan ik er in dit artikel een aantal aanstip. Sommige van de overwegingen zijn wat meer algemeen van aard en anderen spitsen zich concreet toe op het geschil binnen de keten. Toch geeft het inzicht in de manier waarop in de rechtspraak tegen onenigheid in franchiseland wordt aangekeken.  

    De aard van de franchiserelatie

    De franchisenemers hebben bepleit, dat een franchiserelatie zich kenmerkt door een scheve machtsverhouding tussen franchisegever en franchisenemers en afhankelijkheid van laatstgenoemden. Dit zou de veroorzaker zijn van onrust en geschillen. Het Hof geeft hier geen oordeel over. Franchisegever en franchisenemers zijn zelfstandige ondernemingen. Om een oordeel te vellen over de juistheid van een overeengekomen financiële afrekening, is slechts relevant wat partijen daarover precies hebben afgesproken. Afspraak is afspraak. 

    Uitleg van een overeenkomst

    Maar wat hebben partijen afgesproken en hoe stelt je dat vast? Dat gebeurt aan de hand van de Haviltex-norm. Niet alleen de tekst van de franchiseovereenkomst is relevant, maar ook de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan die overeenkomst mochten toekennen en wat zij over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn de omstandigheden van het concrete geval gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen van beslissende betekenis. 

    Overeenkomstig die norm oordeelt het Hof dat bij de uitleg van de franchiseovereenkomst het huidige contract belangrijk is, maar ook alle eerdere versies van de standaard overeenkomst. 

    Verder is relevant de omstandigheid dat de AH-franchisenemers professionele exploitanten zijn en dat er sprake is van een duurovereenkomst. “Juist bij een dergelijke overeenkomst moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van veranderingen in het commerciële speelveld waarbinnen de overeenkomst zijn werking heeft, die hun weerslag hebben op de inhoud van de rechtsverhouding tussen partijen en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen“. 

    Aanvullende afspraken

    Naast de tekst van de franchiseovereenkomst zelf, kunnen contractspartners gaandeweg nieuwe of aanvullende afspraken maken. Het maken van dat soort afspraken is vormvrij, tenzij partijen daar iets anders over hebben afgesproken. Zoals bijvoorbeeld de afspraak dat wijzigingen of aanvullingen alleen schriftelijk overeengekomen kunnen worden. Of de afspraak dat het contract allesomvattend is. Als het contract iets dergelijks niet zegt, spelen alle aanpassingen en aanvullingen een rol. Zoals in dit concrete geschil de normenkaders zoals die zijn opgenomen in het rapport van bevindingen van de accountants. 

    Uitvoering 

    Ook de manier waarop de franchisenemers en Albert Heijn uitvoering hebben gegeven aan hun samenwerking is relevant. Dat zegt namelijk iets over de bedoeling van partijen bij de gemaakte afspraken. Bijzonder aan deze zaak is dat het Hof groot belang toekent aan de afspraak van partijen dat en hoe hun wederzijdse accountant controleert of de afrekening correct wordt uitgevoerd. Franchisegever en franchisenemers hebben daarmee aan hun accountants een centrale rol toebedeeld in het toezicht op de naleving van de franchiseovereenkomst. Het Hof overweegt: “De uitleg die de accountants bij het uitvoeren van die rol op voor partijen kenbare wijze aan de franchiseovereenkomst hebben gegeven (althans de uitleg zoals die volgt uit de accountantsrapporten) moet daarom aan partijen worden toegerekend”. 

    De accountantscontrole

    De AH-franchisenemers hebben zich in de rechtszaak op het standpunt gesteld dat het controlemechanisme uit de franchiseovereenkomst in de praktijk niet voldoet. Het mechanisme geeft naar hun idee geen enkele zekerheid omtrent de juistheid en volledigheid van de door Albert Heijn opgestelde afrekeningen. Het Hof stelt voorop dat partijen dit controlemechanisme zelf zijn overeengekomen en ook jarenlang hebben uitgevoerd, zonder dat er tijdens die uitvoering geklaagd is over gebreken bij het verifiëren van de informatie. Daarbij rekent het Hof het de franchisenemers aan dat zij bekend waren met het verschil tussen een rapport van bevindingen en een accountantsverklaring en desondanks instemden met die werkwijze van controleren. Albert Heijn mocht erop vertrouwen dat de franchisenemers instemden met de door de accountants gehanteerde uitleg van de afspraken tussen partijen. 

    Het werk van de accountants blijkt aldus allesbepalend voor de vraagt wat partijen exact hebben afgesproken. 

    Bevoegdheid Franchisenemersvereniging

    Kan het bestuur van een vereniging van franchisenemers überhaupt afspraken met de franchisegever maken waaraan vervolgens de individuele franchisenemers gebonden zijn? De AH-franchisenemers betoogden van niet. De vereniging zou slechts een overlegorgaan zijn en alleen bindende afspraken mogen maken op operationeel gebied. Het Hof denkt daar anders over. In de franchiseovereenkomst staat dat het bestuur van de vereniging overleg heeft met Albert Heijn en dat binnen die overlegstructuur tot bindende afspraken kan worden gekomen waaraan de franchisenemer gebonden is. Uit de uitvoering van de overeenkomst blijkt geen andere bedoeling. 

    Informatie geven en vragen

    Ook het onderwerp informatie komt uitvoerig aan bod. Het Hof is het met de franchisenemers eens dat zij voor wat betreft de toegang tot informatie feitelijk afhankelijk zijn van AH. Ook benadrukt het Hof dat partijen in een franchiserelatie “van elkaar mogen verwachten dat zij minst genomen die informatie met elkaar delen die noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of zich omstandigheden voordoen die nopen tot het aanbrengen van wijziging in de tussen hen bestaande financiële afrekening, en dat zij die informatie ook tijdig delen”. Daarbij is het aldus het Hof voor AH in haar rol als franchisegever passend om in de daartoe bestaande overleggremia zonder terughoudendheid informatie te verstrekken over voor de franchisenemers relevante nieuwe ontwikkelingen. Anderzijds is het passend voor de vereniging van franchisenemers, als overlegorgaan namens de franchisenemers, om over die ontwikkelingen zonder terughoudendheid alle vragen te stellen die zij relevant acht.  

    Verder onderzoek

    De franchisenemers krijgen nog wel op één punt gelijk. In de franchiseovereenkomst is afgesproken dat de vereniging gerechtigd is om haar accountant een onderzoek te laten uitvoeren. Deze onderzoeksbevoegdheid staat los van het onderzoek naar de werkzaamheden met betrekking tot de eerdergenoemde rapporten van bevindingen. Dat nooit eerder gebruik werd gemaakt van de bevoegdheid doet geen afbreuk aan de rechten die aan de vereniging toekomen. Zij mogen het onderzoek alsnog laten uitvoeren. 

Klanten die Doen