• 22 mrt

    2021

    De knowhow van de franchiseformule verdient bescherming

    Knowhow is (naast de gemeenschappelijke naam) misschien wel één van de meest belangrijke onderdelen van een franchiseformule. Het succes van de formule is namelijk vaak afhankelijk van deze knowhow. De unieke kennis en werkwijze maakt het voor de franchisenemer aantrekkelijk om zich aan te sluiten bij de franchiseformule in plaats van te ondernemen daarbuiten om. Als franchisegever wil je daarom niet dat een ex-franchisenemer aan de haal gaat met deze waardevolle informatie. Het verzwakt de concurrentiepositie.

    Ter bescherming van dit belang, staan in vrijwel alle franchiseovereenkomsten geheimhoudings-, non-concurrentie- en relatiebedingen. Op die manier voorkomt de franchisegever dat de franchisenemer bij het beëindigen van de franchiserelatie de knowhow gebruikt voor concurrerende activiteiten.

    Met de komst van de Wet Franchise zijn de regels over knowhow en het non-concurrentiebeding vastgelegd in het wetboek. Onlangs is tussen een franchisegever en diens ex-franchisenemer een geschil ontstaan over de schending van een non-concurrentieding. De ex-franchisenemer maakt in zijn nieuwe onderneming gebruik van de knowhow van de franchisegever. Bij het oplossen van het geschil, gebruikt de rechter de Wet Franchise. Wij bespreken de beslissing van de rechter in dit blog.

    Knowhow franchiseformule

    Het conflict tussen franchisenemer en franchisegever

    In 2014 zijn franchisegever en franchisenemer een overeenkomst met elkaar aangegaan. De franchisegever houdt zich bezig met de bemiddeling bij onroerend goed en het beheer van woonruimte.

    Deze activiteiten waren niet geheel onbekend voor de franchisenemer toen hij toetrad tot de franchiseformule. De franchisenemer was namelijk al 11 jaar werkzaam in de makelaarsbranche. Ook had hij een opleiding tot Assistent Makelaar gevolgd.

    De franchiserelatie loopt niet vlekkeloos. De franchisegever vindt dat sprake is van disfunctioneren van de franchisenemer. Hij beëindigt daarom de franchiseovereenkomst. Vervolgens besluit de franchisenemer om verder te gaan als zelfstandig makelaar. Hij start een onderneming in hetzelfde gebied als waar hij actief was als franchisenemer.

    De franchisegever is het hier niet mee eens. Er geldt immers een non-concurrentiebeding. Het is de franchisenemer niet toegestaan om concurrerende activiteiten te verrichten. Dat verbod is opgenomen in de afspraken om de knowhow die door franchisegever is overgedragen te beschermen.

    In de franchiseovereenkomst is dus een non-concurrentiebeding opgenomen. Het is de vraag of de franchisegever op grond van dit beding de franchisenemer kan laten stoppen met zijn bedrijf.   

    Non-concurrentiebeding

    De rechter oordeelt dat het non-concurrentiebeding er in eerste instantie voor is bedoeld om de franchisegever in staat te stellen om zijn knowhow aan de franchisenemer over te dragen zonder het risico te lopen dat die informatie wordt gebruikt voor concurrerende activiteiten.

    Belangrijk voor de vraag of de franchisenemer inbreuk heeft gemaakt op het concurrentiebeding is daarom of sprake is geweest van overdracht van knowhow aan de franchisenemer.

    Knowhow in de franchiseformule

    Knowhow is de vakkennis die de franchiseformule een concurrentievoordeel oplevert. Denk bijvoorbeeld aan aanwijzingen voor de presentatie van producten ter verkoop daarvan of specifieke methoden voor contact met klanten of een bepaalde manier om de administratie te verzorgen.

    Voor het antwoord op de vraag of er inderdaad knowhow is overgedragen gebruikt de rechter de Wet Franchise. Niet alle (bijzondere) informatie kan namelijk zomaar worden aangemerkt als knowhow. Volgens de nieuwe Wet Franchise geldt een drietal vereisten waaraan moet zijn voldaan, voordat informatie kan worden aangemerkt als knowhow:

    • Geheim:  de informatie mag niet algemeen bekend of gemakkelijk verkrijgbaar zijn;
    • Wezenlijk: de informatie moet belangrijk en nuttig zijn voor de exploitatie van de franchiseonderneming; en
    • Geïdentificeerd: de knowhow moet zodanig en volledig beschreven zijn dat kan worden nagegaan of aan de criteria van geheim en wezenlijk wordt voldaan.

    Is er sprake van knowhow?

    De franchisegever is van mening dat aan deze vereisten is voldaan. Er is immers een set van samengestelde informatie verstrekt aan de franchisenemer. Volgens franchisegever is een zekere inspanning geleverd om informatie te vergaren en bij elkaar te bundelen. Dit heeft tijd en moeite voor de franchisenemer bespaard. Hij houdt daarom meer tijd over voor de exploitatie van de vestiging.

    Ook heeft franchisegever een handboek ter beschikking gesteld. Het handboek bevat een beschrijving van de werkwijze en de franchiseformule. Nu vreest de franchisegever dat de unieke werkwijze wordt gekopieerd door de franchisenemer.

    De rechter is het hier niet mee eens. Er is onvoldoende onderbouwd dat is voldaan aan de drie criteria uit de Wet Franchise. Door het aanbieden van een handboek of een set aan informatie staat niet vast dat deze informatie gekwalificeerd moet worden als uniek of geheim. Ook oordeelt de rechter dat het gaat om informatie die algemeen toegankelijk is. Daarnaast is niet gebleken dat de informatie belangrijk is en van toegevoegde waarde is voor de franchiseonderneming.

    Aan de drie vereisten geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is dan ook niet voldaan. Het gevolg is dat franchisegever volgens de rechter er geen enkel belang bij heeft om te vorderen dat franchisenemer het non-concurrentiebeding moet nakomen.

    De franchisenemer mag doorgaan met het exploiteren van zijn makelaarsbedrijf.

    Conclusie

    Als franchisegever kun je een aantal belangrijke lessen halen uit het oordeel van deze rechter. Een van deze lessen is dat je altijd zorgvuldig moet nagaan welke informatie binnen jouw franchiseformule kan worden aangemerkt als knowhow.

    Het is volgens de Wet Franchise niet voldoende om alleen te verwijzen naar het handboek of een document met informatie. De franchisegever zal moeten aantonen dat er sprake is van specifieke vakkennis die voor een buitenstaander niet zomaar verkrijgbaar is. Bovendien moet deze informatie belangrijk zijn binnen de franchiseformule.

    Daarom is het zaak om aandacht te besteden aan het afbakenen en definiëren welke vakkennis voor jouw formule van essentieel belang is en waarom. Heb je geen aandacht besteed aan het definiëren van knowhow. Dan loop je het risico dat je niet voldoet aan de vereisten uit de Wet Franchise.

    Een tweede les is daarom dat het verstandig is om lopende franchiseovereenkomsten aan te passen aan de Wet Franchise. Vaak wordt geschreven dat voor het non-concurrentiebeding een overgangsperiode van 2 jaar geldt. Dat is inderdaad zo, maar let op. De rechter kan voor de uitleg van begrippen alvast aanhaken bij de Wet Franchise.

Klanten die Doen