• 23 mei

    2011

    De rol van de leverancier in de franchiserelatie

    In een kort geding tussen een franchisegever en haar voormalige contractleverancier voor administratieve diensten, speelde de vraag of de raamovereenkomst door de franchisegever kon worden opgezegd met een opzegtermijn van acht maanden. Geheel volgens vaste rechtspraak stelt de rechter, dat de vraag of een opzegging rechtsgeldig is, beantwoord moet worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval. Meestal moet er sprake zijn van een redelijke opzegtermijn. Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden is er daarnaast ook nog een zwaarwegende grond nodig om tot opzegging te kunnen komen. Deze zeer uitzonderlijke omstandigheden waren hier niet aan de orde. De opzegtermijn van acht maanden was volgens de rechter ook redelijk te noemen.

    Tussen partijen speelde ook nog een andere vraag. De franchisegever had (een deel van) haar franchisenemers verplicht om hun boekhouding voortaan onder te brengen bij de nieuwe contractleverancier. Het ging om franchisenemers met wie de franchisegever een financiële relatie had. Een deel van hen was op basis van hun contract verplicht om de administratie onder te brengen bij de voorgeschreven administrateur. Deze verplichting was volgens de voormalige contractleverancier in strijd met de mededingingswet. Die strijdigheid zou leiden tot nietigheid van die afspraak of zelfs van het hele contract. Bij de beoordeling van deze vraag speelt de relevante productmarkt en geografische markt een rol. Om dit te kunnen beoordelen was onvoldoende informatie in de procedure ingebracht. Heeft de contractleverancier hier een kans laten liggen?

    Meest interessant is wel de conclusie van de rechter voor dat deel van de franchisenemers dat niet contractueel verplicht was om van administratiekantoor te wisselen. Ook voor die groep gaat het aldus de rechter, véél te ver om de franchisegever te verbieden de franchisenemers te verplichten hun administratie voortaan bij de nieuwe contractleverancier onder te brengen. De franchisegever mocht dat dus opleggen. Anders zou er sprake zijn van een vergaande beperking van de contractsvrijheid van de franchisegever. Daarvoor bestaat geen grondslag.

Klanten die Doen