• 6 mei

    2016

    De zorgplicht in Franchiseland

    Bij franchise wordt vaak onterecht of op onjuiste gronden een beroep gedaan op de (bijzondere) zorgplicht van de franchisegever. De zorgplicht wordt daarbij (te) ver opgerekt, waarbij wordt vergeten dat franchisegever en franchisenemer zelfstandig ondernemer zijn met wederzijdse belangen. Dat de zorgplicht minder ver reikt dan vaak wordt betoogd, blijkt ook uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland uit februari van dit jaar.


    Casus

    De franchisenemer besloot een lunchroom te kopen en ontving bij de koop (financiële) informatie van zijn voorganger. Aan de hand van die informatie stelde de franchisenemer zelf een omzetprognose op en verwerkte die samen met zijn franchisegever in een ondernemingsplan voor de bank.

    Vervolgens ging de franchisenemer failliet. Hij voerde aan dat de franchisegever tekort was geschoten in zijn zorgplicht, omdat er geen deugdelijke prognose was afgegeven. Ook stelde hij dat hij de franchiseovereenkomst nooit was aangegaan als hij had geweten dat de prognose niet juist was en vond hij dat hij door de franchisegever onvoldoende geadviseerd was om zijn omzetten te verhogen.


    Oordeel rechtbank

    De rechtbank oordeelde terecht anders en geeft daarbij rekenschap van het wederzijdse ondernemerschap. De rechtbank oordeelde:

    • Dat er geen plicht rust op de franchisegever om prognoses af te geven in de onderhandelingsfase. En als er geen plicht bestaat, dan kan een beroep op het verzaken van die plicht ook niet slagen.
    • Dat de franchisenemer niet had gedwaald, omdat hij zijn informatie had gekregen van de verkoper en niet van de franchisegever. Een eventuele verkeerde voorstelling van zaken was dus niet veroorzaakt door de franchisegever.
    • Dat de franchisegever in de onderhandelingsfase geen algemene mededelingsplicht heeft. Als een franchisenemer behoefte heeft aan informatie over de formule, dan moet hij daar zelf om vragen.
    • Dat de franchisegevers ook tijdens de overeenkomst niet verplicht is om de franchisenemer uit eigen beweging te adviseren over zijn exploitatie. 


    Conclusie

    De term zorgplicht in franchiseland wordt vaak te ruim en ook niet altijd op een juiste wijze gebruikt. Het begrip kent grenzen en één van die grenzen is de eigen verantwoordelijkheid van een franchisenemer.

    Een beslissing zoals de rechtbank Noord-Holland die nam, past bij het karakter van franchise. Franchise is immers een samenwerking die uitgaat van het ontbreken van een hiërarchische verhouding tussen franchisegever en franchisenemer. Er is sprake van zelfstandig ondernemerschap aan beide kanten.

    In deze gedachte past ook een actieve rol van de franchisenemer ten aanzien van het achterhalen van informatie en het vragen om advies en bijstand. De omstandigheden van het concrete geval zullen steeds de doorslag moeten geven welke afweging er moet worden gemaakt.

    Als je meer wilt weten over je plichten als franchisegever, bel dan gerust met Esther op 06-28 0909 66.

Klanten die Doen