• 11 okt

    2018

    Een concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst

     

    In de meeste franchiseovereenkomsten is een concurrentiebeding opgenomen. Met zo’n beding wordt het de franchisenemer verboden om na afloop van zijn franchisecontract concurrerende activiteiten te ondernemen. Wij krijgen regelmatig de vraag of zo’n beding geldig is. Het antwoord is dat dat van de omstandigheden van het geval af hangt.

    Het uitgangspunt is dat een concurrentiebeding in principe strijdig is met het Europese mededingingsrecht. Het is namelijk een afspraak die de concurrentie beperkt. Daarmee is het een verboden beperking. Dit staat in artikel 6 van de Mededingingswet.

    Op Europees niveau is echter bepaald dat een franchisegever toch een concurrentiebeding mag aangaan. Hij kan dan namelijk zijn unieke kennis en knowhow (het geheim van de smid) veilig aan een franchisenemer overdragen. Maar er is óók bepaald dat als er helemaal geen sprake is van aantoonbaar overgedragen kennis en knowhow, dat de franchisegever zich dan toch niet op het concurrentiebeding kan beroepen.

    Het is dus voor een franchisenemer zinnig om bij het einde van een franchiseovereenkomst na te gaan of de franchisegever überhaupt wel kennis en knowhow heeft overgedragen. Voor de franchisegever is het op zijn beurt zinvol om ervoor te zorgen dat die kennis en knowhow tijdens de looptijd van de overeenkomst aan de franchisenemer wordt overgedragen. Als dat namelijk niet is gebeurd, kan het concurrentiebeding buiten toepassing worden verklaard.

     

     

Klanten die Doen