• 10 apr

    2018

    Een concurrentiebeding in het franchisecontract; tot waar mag je betrokken zijn bij een concurrent?

    Toestemming gegeven

    In september 2017 schreef ik over een rechtszaak bij de rechtbank in Zutphen. In die zaak werd de franchisegever geconfronteerd met concurrerende activiteiten in een voormalig franchisewinkel. Dit ondanks het met de ex-franchisenemer afgesproken concurrentiebeding.

    De rechtbank stond dit toe, omdat de concurrerende onderneming niet van de ex-franchisenemer zelf was. Die had volgens de rechtbank geen betrokkenheid bij de exploitatie en concurrerende activiteiten. Hij had slechts een shop-in-shop in hetzelfde pand, die bovendien voorheen was toegestaan door de franchisegever.

    Wil je het blogartikel van 14 september 2017 teruglezen? Lees dan hier.

    Know how, identiteit en reputatie

    Inmiddels heeft ook het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich over deze kwestie uitgelaten. Het hof komt tot een ander oordeel over hoe ‘betrokken zijn’ bij een concurrent moet worden uitgelegd bij een franchiseovereenkomst.

    Het hof zegt:

    Een franchising-formule kan uitsluitend worden geëxploiteerd indien de daarmee gemoeide know how, alsmede de identiteit en reputatie van de formule kunnen worden beschermd”.

    Tegen die achtergrond moet het concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst worden uitgelegd. Zo’n beding is bedoeld om de know how, de reputatie en de identiteit van de formule te beschermen. Met het verbod wil de franchisegever voorkomen, dat een ex-franchisenemer de formule concurrentie aandoet na afloop van de samenwerking. Met name vanuit de winkel waar de franchisenemer tijdens zijn contract werkzaam was.

    Het hof gaat met deze uitleg verder dan de ex-franchisenemer zou willen. Die koppelde ‘betrokken zijn’ uitsluitend aan het beschermen van de know how van de formule. Het hof gaat minder ver dan de franchisegever voor ogen had. Die wilde iedere vorm van betrokkenheid van de franchisenemer kunnen sanctioneren.

    Grens van betrokkenheid bij een concurrent

    Daar waar de rechtbank vond dat de franchisegever in redelijkheid niet van de franchisenemer kon verlangen dat die zijn shop-in-shop activiteiten staakte, oordeelt het hof dat de ex-franchisenemer door zijn manier van handelen betrokken is bij concurrerende activiteiten en dus het non-concurrentiebeding overtreedt.

    De franchisenemer is betrokken bij concurrerende activiteiten, omdat hij het personeel dat tijdens de franchiseovereenkomst in de winkel is ingewerkt aan de concurrent beschikbaar heeft gesteld. Hierdoor wordt de bij dat personeel aanwezige know how van de formule van de franchisegever ingezet bij de verkoop van het assortiment van een concurrent.

    De franchisenemer is ook betrokken, omdat hij het voor de concurrent mogelijk heeft gemaakt om zich te vestigen in een winkelruimte die pal daarvoor in gebruik was als franchisevestiging.

    De franchisenemer is tot slot betrokken, omdat hij met de shop-in-shop achterin de winkel klanten trekt voor de concurrent. Daarmee bevordert de ex-franchisenemer de exploitatie en de omzet van de concurrent.

    Alle drie de genoemde vormen van betrokkenheid zijn contractueel verboden. Het hof verbiedt de ex-franchisenemer om verdere overtredingen te begaan.

    Informatie of contact?

    Wil je informatie over een non-concurrentiebeding in een franchisecontract, neem dan contact op met Esther Brons-Stikkelbroeck via esther@doenlegal.nl of 06-28090966.

     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Klanten die Doen