• 28 apr

    2010

    Patatje Auteursrecht

    Het auteursrecht is al lang niet meer voorbestemd voor muziek, schilderijen, boeken en beeldhouwwerken. Ook software, meubelen, kleding en zelfs zitzakken mogen zich verheugen in auteursrechtelijke bescherming. Dat is goed nieuws voor een ieder die creativiteit en innovativiteit een warm hart toedraagt, al zijn er ook juristen die vinden dat we daarin te ver zijn doorgeschoten. Waar iedereen het wel over eens is, is dat auteursrecht van nature ontstaat. Daarmee is het een dankbaar en eenvoudig te gebruiken wapen om in stelling te brengen zodra iemand wordt nagevolgd. Zo geschiedde ook in een kwestie waarover de rechtbank in Amsterdam deze week uitspraak deed. Het ging in dit geval om namaak van zogenaamde sausdispensers. Dit zijn pompjes waarmee sauzen zoals mayonaise en ketchup kan worden gepompt. De rechtbank stelde vast dat een sausdispenser moet worden aangemerkt als een werk in de zin van de Auteurswet omdat de vorm er van het resultaat is van creatieve keuzes. Hier bracht de tegenpartij terecht tegenin dat de dispenser (voor een aantal onderdelen) technisch bepaald is, dat er dus van creatieve keuzes helemaal geen sprake kan zijn en dat de dispenser niet door het auteursrecht kan worden beschermd. Daarover zegt de rechtbank dat naast technisch bepaalde onderdelen ernog genoeg creatieve keuzemogelijkheden overblijven om een dergelijk apparaat een eigenidentiteit mee te geven. Als voorbeeld noemt de rechtbank de vorm van de doseereenheid, de kleur en het materiaal van de handgreep, het zuigerhuis en de afdekplaat en dus, zo stelt de rechtbank, komt de sausdispenser, auteursrechtelijke bescherming toe.

    Omdat de dispenser en gebruiksaanwijzing van gedaagde nagenoeg identiek zijn aan die van eiser neemt de rechtbank vervolgens inbreuk aan. De rechter overweegt daartoe:

    “ De door HoloxTurk op de markt gebrachte en van Mutfak betrokken dispenser is nagenoeg identiek aan die van Hovicon. Ter zitting zijn beide exemplaren getoond aan de voorzieningenrechter en zij heeft, ook nadat zij hulp kreeg van de raadslieden van beide partijen en van de griffier, enige tijd nodig gehad om een tweetal minieme verschillen te kunnen ontdekken. De verschillen betreffen een licht afwijkende vorm van de handgreep en een klein tandje op de doseereenheid. Deze verschillen zijn te gering om van een afwijkende totaalindruk van de dispensers te kunnen spreken. Er is dan ook sprake van een ongeoorloofde verveelvoudiging als bedoeld in artikel 13 Aw.”

    Dat de rechter inbreuk vaststelt is niet zo verwonderlijk. Immers, als de rechtbank zelfs met hulp van de griffier niet meer direct verschillen vast stelt, zullen die er ook wel niet zijn. Wat wel opvallend is aan deze uitspraak, is het gemak waarmee aan een technisch product als een sausdispenser auteursrechtelijke bescherming wordt toegekend. Zeker nu dit wordt onderbouwd met de stelling dater nog genoeg creatieve keuzes overblijven. De hoofdregel luidt namelijk dat datgene wat noodzakelijk is om een technisch effect te verkrijgen, van auteursrechtelijke bescherming is uitgesloten, ongeacht of er nog andere keuzes overblijven of niet.

    Waar de rechtbank naar mijn mening de fout ingaat, is dat zij de criteria voor inbreuk (had de andere partij op punten nog af kunnen wijken) gebruikt voor de auteursrechtelijke toets (is het werk het resultaat van creatieve keuzes). Het betreft hier de aloude strijd tussen de resultaatsgerichte en apparaatgerichte leer, waarmee ik u niet wil vermoeien. Ik stel wel vast dat het met deze uitspraak nog eenvoudiger en dus lonender is om auteursrechtelijke bescherming in te roepen indien er evident is nagemaakt, zelfs indien een groot deel van het product technisch bepaald is en dus eigenlijk niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking behoort te komen.

Klanten die Doen