• 13 feb

    2013

    Reactie op column van Annemarie van Gaal

    Op 12 februari 2013 publiceerde Annemarie van Gaal een column in het FD onder de titel: “Drukke rechters, Dure advocaten

    Hieronder staat de tekst van de brief die wij vandaag,13 februari 2013, als reactie aan haar stuurden:

     

    Geachte mevrouw van Gaal, beste Annemarie,

    Met belangstelling hebben wij op de website van het FD jouw column ‘Drukke rechters, Dure advocaten’ gelezen.  Als jong startend advocatenkantoor delen wij de zorg die je uit. Ook wij worden geconfronteerd met hoge werkdruk bij rechters. Dat uit zich in vonnissen die zonder opgaaf van reden worden aangehouden of uitspraken waaruit blijkt dat de rechter onder druk heeft gehandeld. We hebben het zelfs meegemaakt dat een rechter bij een zitting de stukken niet bestudeerd had. Gelukkig gaat het echter vaker goed dan dat het niet goed gaat.

    Kortom, je zorg is begrijpelijk, net als je poging om een verklaring te geven voor deze situatie.

    Het is echter deze verklaring waar wij het niet mee eens zijn. Meer specifiek doelen wij op jouw stellige opmerking dat bij de gehele advocatuur geld synoniem zou zijn aan tijd en de suggestie dat de advocatuur alles in het werk zou stellen om maar zo hoog mogelijke facturen uit te sturen. Teksten als “Advocaten produceren steeds meer teksten, simpelweg omdat ze ervoor betaald worden”, zijn niet alleen onjuist, maar ze dragen bij aan een negatief imago voor advocaten. Wij verzetten ons daartegen. Ook denken wij dat de werkdruk wordt veroorzaakt door een veranderde procesmentaliteit.

    Laten wij vooropstellen dat er inderdaad advocaten zijn die het imago van de beroepsgroep geen goed doen, bijvoorbeeld omdat ze hun cliënten op kosten jagen of omdat ze geen goed werk leveren. Ook zijn er genoeg advocaten die juristentaal tot kunst hebben verheven en met gemak 100 pagina’s volschrijven waar het ook in 5 pagina’s had gekund. Ook wij worden daarmee geconfronteerd. Wij hebben in onze beroepsgroep onze eigen Ernst Jansen Steurs en Diederik Stapels. Maar zoals ook in de geneeskunde en de wetenschap zijn dat soort lieden gelukkig meer uitzondering dan regel.

    Ons bezwaar richt zich tegen jouw suggestie dat alle advocaten geldwolven zijn die hun stukken zo uitgebreid mogelijk opstellen om daarmee hun omzet op te kunnen drijven en dat daardoor de werkdruk bij rechters te hoog is.

    De echte reden voor de dikke procesdossiers is niet de facturatiebehoefte maar het systeem dat wij in Nederland hebben. De hoge werkdruk wordt bovendien ook veroorzaakt door een veranderde procesmentaliteit. Wij lichten dat toe.

    Wij hebben te maken met een juridisch systeem waarbij de partijen de omvang van de rechtsstrijd bepalen. Met andere woorden, de rechter beslist op datgene wat de partijen naar voren brengen. De rechter speelt daarin een afwachtende rol, ofwel de rechter is lijdelijk. De wet schrijft voor dat partijen alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan moeten voeren. Het is dus van belang om zo volledig mogelijk te zijn. Je moet als eiser alle denkbare (rechts)gronden aanvoeren omdat je daarmee de kans vergroot dat je vordering op één van die gronden wordt toegewezen en je moet daarbij en in je reactie(s) zo volledig mogelijk zijn. De rechter is immers lijdelijk en zal het niet voor je doen. Als je niet volledig bent moet de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.(lees: hij zal in je nadeel beslissen)

    Daarnaast geldt in procedures het beginsel van hoor en wederhoor. Als je niet inhoudelijk en zo volledig mogelijk op een stelling of productie reageert of je weerwoord of stellingen onvoldoende (met producties) onderbouwt, is de kans groot dat de rechter in je nadeel zal beslissen.

    De advocaat heeft – als het goed is – slechts 1 belang en dat is het belang van zijn cliënt. Om dat belang optimaal te dienen is het zaak om zo volledig en uitgebreid mogelijk je standpunten naar voren te brengen en te onderbouwen. Dat is de oorzaak van al die dikke procesdossiers. Dat heeft niets met factureren te maken maar puur met het belang van jou als klant en de regels van het systeem.

    Tel daarbij op dat er op grond van de wet in meerdere schriftelijke rondes is voorzien (de door jou al genoemde re- en dupliek), een pleidooi, gevolgd door comparities (bijeenkomsten voor de rechter) en ook kunnen er aanvullende stukken worden ingediend. Dat alles geldt ook in hoger beroep en dan is er soms ook nog cassatie mogelijk.

    Kortom de stapels processtukken is een probleem van het systeem en niet van de advocatuur. En dat probleem is niet nieuw, men probeert hier al langere tijd iets aan te doen. Zo is het sinds een aantal jaar verplicht dat je als eisende partij in je dagvaarding alvast reageert op die stellingen waarvan bekend is dat de gedaagde partij die inneemt (substantieringsplicht). Ook onderzoeken sommige rechtbanken al in een vroeg stadium of een mediation traject tot de mogelijkheden behoort en rechters onderzoeken op een zitting altijd of een schikking mogelijk is.

    Kortom, wij zijn het eens dat de werkdruk mede wordt veroorzaakt door de dikke procesdossiers, maar over de oorzaak van de omvang van die dossiers verschillen we van mening.

    De tweede reden voor de hoge werkdruk is gelegen in het aantal zaken. Wij hebben de afgelopen jaren in Nederland een soort Amerikaanse procescultuur zien ontstaan. Mensen stappen sneller naar de rechter, al dan niet gesteund door een rechtsbijstandverzekeraar, om hun gelijk te halen. Ook in situaties waar het veel meer voor de hand ligt om een minnelijke regeling te treffen. Daar ligt een duidelijke verantwoordelijkheid van advocaten. Iedere advocaat leert namelijk in zijn beroepsopleiding dat een regeling in der minne de voorkeur behoort te krijgen boven een procedure. Maar tegelijkertijd is dat óók een verantwoordelijkheid van cliënten. Laten we niet uit het oog verliezen dat uiteindelijk de cliënt bepaalt of een procedure wordt gestart en niet de advocaat. In jouw terminologie: zonder cliënten, kunnen advocaten geen facturen sturen.

    Kortom, wij delen je zorg over de werkdruk van de rechter. Ook wij vinden dat hier iets aan moet worden gedaan, maar het is te eenvoudig om de oorzaak alleen te koppelen aan vuistdikke dossiers en de oorzaak daarvan te koppelen aan een graaicultuur binnen de advocatuur. De werkdruk van rechters is de verantwoordelijkheid van overheid, rechtspraak, advocatuur en cliënten gezamenlijk.

    Op wetgevingsniveau kan er het nodige worden gedaan om de omvang van de processtukken terug te dringen en ook de rechtspraak zelf zou ook nog een paar stappen kunnen zetten om efficiënter te werken. Wij denken dan aan het afschaffen van de verplichting om alle stukken per fax of post in te dienen. Ook de advocatuur kan nog meer zoeken naar creatieve oplossingen voor problemen van hun cliënten en tot slot moeten cliënten ook inzien dat het in de meeste gevallen een schikking niet alleen de beste maar ook de goedkoopste oplossing van een juridisch geschil is. Dat mag je best zeggen tegen je advocaat.

    Wij hopen dat wij duidelijk hebben kunnen maken dat het probleem van de hoge werkdruk bij rechters iets genuanceerder ligt dan jij voorstelt in je column. Tot slot nog dit; Er zijn advocaten die het anders doen, die met vaste prijzen werken, die scherp formuleren, kort en bondig communiceren en die dermate creatief meedenken met hun cliënten dat onnodig procederen wordt voorkomen. Dat vinden wij nou een mooie bijvangst!

     

    Bert-Jan van den Akker en Esther Brons Stikkelbroeck

    DOEN Legal

Klanten die Doen