• 23 okt

    2013

    Ruzie in speelgoedland!

    Dit blogartikel gaat niet over Zwarte Piet, al zou de titel dat kunnen suggereren. Het heeft wel raakvlakken met het Nederlandse kinderfeest. Speelgoedwinkels hebben het moeilijk en de economische crisis is niet de enige oorzaak daarvan. Ook de concurrentie is toegenomen. Een recente rechtszaak in speelgoedland bevestigt dit.

    Vedes en Top1Toys zijn concurrerende speelgoedformules. Zij vinden beide dat de ander zich schuldig maakt aan oneerlijke en schadelijke concurrentie.

    Top1Toys vindt dat Vedes aan bedrijfsspionage doet en misbruik maakt van kennis van ex-werknemers en klanten van Top1Toys. Met die kennis zou Vedes stelselmatig en massaal relaties van Top1Toys benaderen met betere aanbiedingen, waardoor Top1Toys schade lijdt.

    Vedes is op haar beurt van mening dat Top1Toys onrechtmatig met haar concurreert, omdat Top1Toys een concurrentieverbod aan haar winkeliers oplegt, waardoor de winkeliers niet bij Vedes mogen inkopen. Dit verbod zou volgens Vedes nietig zijn omdat het in strijd is met het kartelverbod, terwijl het handhaven ervan, onrechtmatig zou zijn ten opzichte van Vedes.

    De internationale ketens hebben tevergeefs hun meningsverschil in twee instanties aan een rechter voorgelegd. In beide instanties kregen ze allebei geen gelijk.

    Toch is een van de overwegingen van het Gerechtshof interessant. Het hof overweegt namelijk dat een concurrerende onderneming wel belang kan hebben bij de vaststelling dat een beding in een overeenkomst tussen twee andere ondernemingen nietig is op grond van schending van het mededingingsrecht en dat het handhaven van zo’n beding onrechtmatig kan zijn ten opzichte van de concurrerende onderneming.

    Dat deze vordering van Vedes toch is afgewezen komt doordat Vedes niet heeft kunnen bewijzen dat het concurrentiebeding in de contracten van Top1Toys nietig is. Vedes had daarvoor moeten aantonen dat sprake was van substantiële marktafscherming, van vermindering van de concurrentie tussen merken, belemmering van de marktintegratie of van een andere merkbare beperking van de mededinging. Het leveren van dergelijk bewijs is in de meeste gevallen een tijdrovende klus, maar is zeker niet onmogelijk.

    Een kans of mogelijkheid om concurrenten aan te spreken?

Klanten die Doen