Betalingsachterstand? Stop de levering!

Deze week stond er in de krant dat de franchisenemers van Bakker Bart een persoonlijk faillissement boven het hoofd hangt. De reden hiervoor is dat het hoofdkantoor dreigt hun geen goederen meer te leveren zolang zij hun betalingsachterstanden niet inlopen. Boter bij de vis is het motto.

Zo’n leveringsstop wegens betalingsachterstanden is aan de orde van de dag bij franchise-organisaties en laat zich eenvoudig verklaren door het huidige economische klimaat. Er zijn nog nooit zoveel faillissementen geweest als in het eerste half jaar van 2013.  De betalingsachterstanden lopen op.  Juist ook binnen franchiseorganisaties waar vaak wordt gewerkt met een rekening courant verhouding, met alle kosten en risico’s van dien.

Er wordt wel gezegd dat een franchisegever desondanks de leveringen aan zijn franchisenemers niet zou mogen stoppen, omdat dit strijdig zou zijn met zijn leveringsplicht en met de samenwerkingsgedachte binnen een franchiseketen en met de zorgplicht van een franchisegever. Dat is naar mijn idee niet helemaal juist.

Bancair krediet

De relatie tussen franchisegever en franchisenemer in geval van leveringen op rekening is vergelijkbaar met de relatie tussen een bank en haar klanten. Zowel de franchisegever als de bank verstrekt krediet aan een ondernemer; bij de een gaat het om een bankkrediet en bij de ander om een leverancierskrediet. Beide maken daarvoor kosten en beide lopen verhaalsrisico.

Naast het artikel over Bakker Bart, stond deze week ook in de krant dat de Nederlandse banken verwachten, dat de prijs voor bankkrediet voor het midden- en kleinbedrijf in de tweede helft van dit jaar nog verder omhoog gaat. De reden is dat banken meer probleemgevallen zien ontstaan, waardoor zij meer kapitaal moeten aanhouden om zo die probleemgevallen op te kunnen vangen. Als de banken dat doen, waarom zouden franchisegevers dat niet ook kunnen vragen?

Voor ondernemers is het tegenwoordig niet alleen duurder, maar ook steeds moeilijker om krediet te krijgen van een bank. Bovendien zegt de bank vaker dan voorheen het reeds bestaande krediet op, zodra een onderneming in zwaar weer terecht komt. Inmiddels is duidelijk geworden dat een bank hiertoe onder omstandigheden gerechtigd is.

Uitgangspunt bij de opzegging van een kredietovereenkomst is dat de bank een maatschappelijke functie en een bijzondere zorgplicht ten opzichte van haar klanten heeft. Hoe ver deze zorgplicht reikt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het Hof Den Haag heeft in 2012 geoordeeld dat:

“gebruikmaking van de (contractuele) bevoegdheid om een bestaande (krediet)relatie op te zeggen slechts tot een rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst(en) leidt, indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat en ten minste is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit”  (LJN: BY1323).

Na afweging van alle belangen en omstandigheden vonden het Hof in deze zaak, dat de bank mocht opzeggen. Het krediet- en verhaals-risico was substantieel toegenomen, de ondernemer was regelmatig aangemaand en hem was ook voldoende tijd gegund om de achterstand in te lopen. De ondernemer had zich bovendien niet gehouden aan de met de bank overeengekomen betalingsregeling. De bank mocht gelet op die omstandigheden de kredietovereenkomst opzeggen. Waarom zou dit niet ook gelden voor de franchisegever?

Franchise krediet

De franchisegever is immers vaak ook de leverancier van zijn franchisenemers, die doorgaans op krediet bij hem mogen inkopen. Net als bij de bank, wordt deze kredietfaciliteit veel franchisegevers te duur en te risicovol.

De franchisegever heeft weliswaar niet de maatschappelijke functie van een bank. Wel heeft de franchisegever zich, net als de bank, te gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid en de gerechtvaardigd opgewekte verwachtingen. Dit geldt ook voor de franchisenemer; ook die heeft zich te gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid ten opzichte van de franchisegever en de gerechtvaardigd opgewekte verwachtingen.

Hoe die eisen in een concreet geval uitpakken en hoe de opgewekte verwachtingen van franchisegever en franchisenemer luiden, is telkens verschillend. Er zijn daardoor tal van scenario’s denkbaar, waarbij het aankomt op een belangenafweging en alle omstandigheden aan zowel de kant van de franchisegever als de franchisenemer, zoals:

  • De franchiseovereenkomst, de daarin opgenomen rechten en plichten en de bedoeling van franchisegever en franchisenemer bij het aangaan van de relatie;
  • De duur van de relatie en de manier waarop partijen in het verleden met elkaar zijn omgegaan;
  • De kans dat de onderneming zal overleven versus het risico van de franchisegever ;
  • De mate waarin de franchisenemer tekortschiet richting franchisegever;
  • De manier van besluitvorming van de franchisegever voorafgaand aan het stopzetten van de leveringen;
  • De wijze waarop en de mate waarin overleg heeft plaatsgevonden;
  • Of en in welke mate de franchisegever de franchisenemer van te voren heeft gewaarschuwd.

De franchisegever die in het contract voorzieningen heeft getroffen voor het opschorten van leveringen bij betalingsachterstanden of de franchisegever die een consistent wanbetalingsbeleid hanteert, kan eerder overgaan tot het nemen van maatregelen, dan degene die deze voorzieningen niet heeft. Evenzo kan de franchisegever die zijn franchisenemers zorgvuldig begeleidt en adviseert rondom de financiële huishouding van een vestiging en nauwgezet sommeert waar nodig, eerder overgaan tot het nemen van maatregelen dan degene die dat niet doet.

Conclusie

De franchisegever die zich aan de spelregels uit de wet en uit het contract houdt, kan de leveringen aan zijn franchisenemers tijdelijk opschorten of helemaal stopzetten en de relatie beëindigen, ook als hij contractueel verplicht was om te leveren. De zorgplicht vraagt slechts van de franchisegever om zich als redelijk handelend samenwerkingspartner op te stellen. Hij hoeft zijn eigen belangen echter niet te verloochenen. Het is van belang hier tijdig op aan te sturen door contractueel de juiste bepalingen vast te leggen.