Franchise en internationale groei

Als u als onderneming actief bent in de internationale handel, brengt u uw producten of diensten in het buitenland op de markt via eigen verkoopvestigingen of met behulp van onafhankelijke tussenpersonen. Dit kunnen bijvoorbeeld agenten of distributeurs zijn. Een agent bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten. Hij is daarbij zelf geen partij. Een distributeur koopt producten bij de onderneming in en verkoopt deze door, alles voor eigen rekening en risico. Hij bepaalt zelf (als het goed is) zijn wederverkoopprijzen.

Steeds vaker ook ziet men ondernemingen die door middel van franchise de buitenlandse markt betreden. Franchising is een samenwerkingsvorm in opkomst. Dat is niet zo verwonderlijk, want franchising is een snelle, efficiënte en relatief veilige methode om in de markt door te dringen. Er zijn geen investeringen nodig in een eigen net van verkooppunten. De franchisenemer is een gemotiveerde ondernemer die eigen kapitaal investeert. Franchising komt in bijna alle sectoren en in alle landen voor.

Franchising
Franchising is een hechte manier van samenwerken tussen zelfstandige ondernemers. De samenwerking is gericht op de afzet of distributie van goederen of diensten. De betrokkenen maken daarbij gebruik van een gemeenschappelijke naam en een uniforme uitstraling. Er wordt gesproken over een franchiseformule. Franchising kan nationaal en internationaal. Direct via eigen franchisenemers en indirect via een masterfranchisenemer en subfranchisenemers.

Franchising is daarmee een bijzondere vorm van distributie of agentuur. Bijzonder, omdat de gehele keten van betrokkenen zich conformeert aan het gebruik van één handelsnaam, één uitingswijze en uitingsvorm, één unieke en uniforme formule. Met deze bijzondere kenmerken van franchising gelden ook bijzondere nationale, buitenlandse en internationale regels.

Soort formule
Er wordt in de praktijk onderscheid gemaakt tussen harde franchiseformules en zachte franchiseformules. Het verschil zit hem in de mate van vrijheid die de franchisenemer heeft bij het exploiteren van de franchiseformule. Bij harde franchise is de formule strikt en gedetailleerd beschreven. Het streven is een uniforme uitstraling, herkenbaarheid en daarmee potentie en klantwaarde. Bij zachte franchise is er meer vrijheid voor de franchisenemer en dus meer zelfstandigheid. Iedere formule kent harde en zachte elementen. Het onderscheid tussen “hard” en “zacht” is daarom niet altijd terecht. Als u als franchisegever zoveel mogelijk dwingende regels wilt opleggen aan uw franchisenemers, realiseert u zich dan de risico’s daarvan. Het praktische risico is dat een franchisenemer geen bewegingsruimte meer heeft. Het juridische risico is dat een franchisenemer gezien kan worden als werknemer van uw organisatie.

Informatieplicht en omzetprognoses
Bij het zoeken van franchisenemers verstrekt u hen logischerwijs informatie over uw organisatie. Welke informatie moet u eigenlijk verstrekken? Uw toekomstig franchisenemers zullen inzicht willen hebben in de financiële resultaten en de vermogenspositie van uw organisatie en het succes van de formule. Ook informatie over eventuele voorgangers en andere franchisenemers kan relevant zijn. U zult van uw kant inzicht willen hebben in de vermogenspositie en capaciteiten van de franchisenemer.

Veel landen kennen specifieke wetgeving die dit regelt, zoals de Verenigde Staten en België. Daarin staat exact welke informatie aan toekomstig franchisenemers moet worden verstrekt en op welk moment. Nederland kent dergelijke wetgeving niet. Op Europees niveau bestaat die wetgeving op dit moment evenmin. Volgens de Hoge Raad bestaat er voor een franchisegever in ieder geval geen algemene verplichting om de franchisenemer in te lichten over de te verwachten omzet of winst. Wel kunnen er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan deze verplichting juist weer wel wordt aangenomen, denk bijvoorbeeld aan het geval waarin dit in wervingsadvertenties is beloofd.

In de praktijk wordt vaak financiële informatie verstrekt aan toekomstig franchisenemers op grond waarvan deze zelf prognoses opstelt. Ook worden kant en klare rapporten verstrekt met daarin financiële ramingen. Bent u daar voorzichtig mee. Als algemene regel geldt dat franchisegevers zeer zorgvuldig moeten omgaan met succesbeloftes aan nieuwe toetreders en het verstrekken van financiële informatie in verband met de mogelijke aansprakelijkheid voor tegenvallende resultaten.

Goodwill
Wat gebeurt er als u afscheid wilt nemen van een franchisenemer? Kunt u dan een nieuwe franchisenemer aanwijzen? Heeft de oude franchisenemer recht op betaling van goodwill? Door u of door de nieuwe franchisenemer?

De term goodwill wordt in meerdere betekenissen gebruikt, betekenissen die allemaal relevant kunnen zijn voor franchiserelaties. Binnen de financiële wereld wordt de term gebruikt om dat gedeelte van de marktwaarde van een onderneming aan te duiden dat niet direct toewijsbaar is aan activa en passiva. De goodwill vertegenwoordigt toekomstige inkomsten van de onderneming die nog niet gewaardeerd zijn op de balans, maar die al wel bestaan in de vorm van kennis, klanten, merken, personeel, etc. Vaak wordt de goodwill berekend door de overwinst te vermenigvuldigen met een rekenfactor. Binnen de juridische wereld wordt de term goodwill ook gebruikt om de klantenwaarde van een onderneming aan te duiden.

Het “financiële” begrip goodwill wordt bijvoorbeeld gebruikt in de situatie waarin de onderneming van de franchisenemer wordt verkocht en de nieuwe eigenaar de onderneming met gebruikmaking van de goodwill wil voortzetten. Partijen beogen niet alleen de onderneming maar ook de goodwill over te dragen. De nieuwe eigenaar betaalt daarvoor aan de oude eigenaar een goodwillvergoeding, een vergoeding voor de meerwaarde van de onderneming boven het zichtbare eigen vermogen van de onderneming.

De klantenwaarde is relevant in situaties waarin franchisenemer klanten heeft aangedragen bij franchisegever, maar hiervoor gedurende het contract geen vergoeding heeft ontvangen. Heeft deze franchisenemer bij het einde van zijn franchiseovereenkomst alsnog recht op deze vergoeding? Het antwoord op deze vraag is – hoewel meestal nee – telkens anders, omdat het afhangt van vele factoren. Is er sprake van distributie? Kent de franchiseovereenkomst een bepaling over deze soort goodwill? Wie is de rechthebbende van het klantenbestand? Is er sprake van een bruikbaar klantenbestand voor de franchisegever? Allemaal vragen waarmee al tijdens het opzetten van een franchiseorganisatie rekening gehouden moet worden.

Een franchiseovereenkomst kan ook gelijktijdig een agentuurovereenkomst zijn. De wet geeft een agent bij het einde van zijn overeenkomst recht op een billijke klantenvergoeding als zijn werk heeft geleid tot aanzienlijk profijt voor de principaal. De agent heeft bij het einde van zijn franchiseovereenkomst in beginsel dus (wel) recht op een billijke klantenvergoeding.

Franchisegever
De verplichtingen als franchisegever vloeien voort uit wetgeving, eventueel uit gedragsregels en worden vastgelegd in de franchiseovereenkomst. Algemeen gebruikelijk zijn de verplichting om de intellectuele eigendomsrechten en knowhow ter beschikking te stellen en te houden en om alles te doen wat nodig is om de goede reputatie van het franchisenetwerk te behouden. Ook is een franchisegever verplicht zijn franchisenemers te voorzien van advies en ondersteuning bij het exploiteren van de franchisevestiging. Verder is franchisegever verplicht zich te gedragen als goed leverancier. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat u als franchisegever gehouden bent redelijke levertermijnen in acht te nemen en dat u moet waarschuwen bij leveringsproblemen. Hoe ver deze verplichtingen gaan, is afhankelijk van vele factoren. Het is zaak deze factoren goed te monitoren en vast te leggen.