Agenten en hun billijke klantenvergoeding

Reisorganisatie Corendon en online aanbieder Prijsvrij voeren een strijd over hun agentuurrelatie. Een van de geschillen gaat over het recht op een klantenvergoeding bij het einde van de overeenkomst.

Corendon biedt pakketreizen aan via haar eigen website, maar ook via agenten. Prijsvrij was een van die agenten. Zij bemiddelde bij het boeken van reizen door consumenten bij Corendon. Toen Corendon op enig moment besloot om minder via agenten te gaan verkopen en de overeenkomst met Prijsvrij opzegde, maakte Prijsvrij aanspraak op een klantenvergoeding.

De klantenvergoeding

Dat kan op grond van artikel 7:442 lid 1 BW. Dat artikel zegt dat een agent bij het einde van de overeenkomst recht heeft op een vergoeding als:

– Hij nieuwe klanten heeft aangebracht, of de overeenkomst met bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid;

– De overeenkomsten met deze klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren;

– De betaling van deze vergoeding billijk is.

Het bedrag van de vergoeding is gemaximeerd tot de beloning van de agent over één jaar. Dat maximum wordt berekend aan de hand van de gemiddelde provisie van de laatste vijf jaren.

Partijen kunnen niet voor het einde van de overeenkomst in het nadeel van de agent van dit artikel afwijken. Iets wat vaak vergeten wordt.

Hoge Raad 2012

De Hoge Raad heeft zich in het arrest T-Mobile/Klomp uitgelaten over de manier waarop de klantenvergoeding moet worden berekend, om op een passend bedrag uit te komen. Dit gebeurt in drie fasen. In de 1e fase worden de voordelen voor de principaal gekwantificeerd. In de 2e fase wordt beoordeeld, of er een reden bestaat om het aldus bepaalde bedrag naar billijkheid omhoog of omlaag aan te passen en in de 3e fase wordt getoetst of het billijke bedrag het wettelijke maximum niet overschrijdt.

Hoge Raad 2017

In 2017 verduidelijkt de Hoge Raad deze methode in het geschil tussen Corendon en Prijsvrij. De Hoge Raad oordeelt, dat pas aan kwantificering kan worden toegekomen, als vaststaat dat de agent recht heeft op een klantenvergoeding.

Daarvoor moet aannemelijk zijn, dat de agent nieuwe klanten heeft aangebracht of bestaande klanten heeft uitgebreid en dat de overeenkomsten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren.

In de procedure tussen Corendon en Prijsvrij, heeft Prijsvrij weliswaar gesteld dat de overeenkomsten met de door haar aangebrachte klanten Corendon nog aanzienlijke voordelen kunnen opleveren, maar heeft Prijsvrij het bestaan van die voordelen niet aannemelijk gemaakt. Prijsvrij heeft geen inzicht gegeven in de voordelen die Corendon daadwerkelijk zou gaan genieten van de inspanningen van Prijsvrij. Corendon op haar beurt heeft betwist dat de door Prijsvrij aangedragen klanten haar aanzienlijke voordelen zullen opleveren.

Conclusie

Maar al te vaak volstaat een agent bij het einde van de agentuurovereenkomst met de stelling, dat er voordeel aan de kant van de principaal zal zijn. Dit was ook de stelling van Prijsvrij in het geschil met Corendon. Volgens Prijsvrij zouden de overeenkomsten met de door haar aangebrachte klanten Corendon nog aanzienlijke voordelen kunnen opleveren. Dat is onvoldoende. Een agent die aanspraak wil maken op een klantenvergoeding, zal aannemelijk moeten maken dat de principaal na beëindiging daadwerkelijk aanzienlijke voordelen zal genieten van de eerder door de agent verrichte inspanningen.