Omzetprognoses afgeven? Marktonderzoek is niet verplicht

Veel franchisegevers worden op een bepaald moment geconfronteerd met de beschuldiging dat een franchisenemer in (financiële) problemen is geraakt, door onjuiste of onvolledige informatie bij het aangaan van de overeenkomst. De franchisenemer beweert dat hij nooit aan het avontuur zou zijn begonnen als hij had geweten dat hij zo weinig zou gaan verdienen. De schuld voor deze onjuiste of onvolledige omzetprognoses wordt dan bij de franchisegever neergelegd. In juridische zin; de franchisenemer beroept zich op dwaling.

Omzetprognoses

Op 10 januari 2013 concludeerde ik al in mijn blog: ‘de waan van omzetprognoses’ dat er voor franchisegevers voldoende kansen zijn om dit soort geschillen snel en met zo weinig mogelijk schade op te lossen. In mijn blog van 18 maart 2013: ‘omzetprognoses, informatie achterhouden is nooit slim‘ schreef ik dat je informatie die je niet hebt, niet hoeft te verstrekken. De informatie die je wel hebt, kun je beter wél delen. Conclusie was dat wat je ook besluit, zorg dat je bij het verstrekken van informatie en omzetprognoses in ieder geval nauwkeurig te werk te gaat.

Beide blogs zijn nog steeds actueel, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 juni 2016:

Dwaling

De rechtbank bepaalde dat een beroep op dwaling alleen zinvol is als er bij het sluiten van de overeenkomst sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken die werd veroorzaakt door de verstrekte informatie en die bovendien zo essentieel was, dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Als de informatie uitsluitend zag op toekomstige omstandigheden, zal het beroep op dwaling niet slagen. Ook de franchisenemer die constateert dat een afgegeven prognose helaas niet wordt gehaald, terwijl die prognose destijds op zichzelf realistisch was, doet er dan ook verstandig aan een andere oplossingsrichting te kiezen.

Ondanks het feit dat franchisenemers zich massaal op dwaling blijven beroepen, is de kans van slagen van een beroep op dat wilsgebrek klein.

Marktonderzoek

Een beroep op dwaling kan zinvol zijn als er relevante informatie is onthouden. Dat wil niet zeggen dat je als franchisegever verplicht bent om actief op zoek te gaan naar informatie. Zo ben je niet verplicht om marktonderzoek uit te laten voeren. Je mag je in eerste instantie beperken tot de (historische) informatie die je beschikbaar hebt.

Langs die lijn overwoog het Gerechtshof in Den Bosch deze week dat een franchisegever in ieder geval correcte gegevens moet verstrekken. Áls hij een marktonderzoek laat uitvoeren, dan moet hij zorgen dat dit onderzoek deugdelijk wordt uitgevoerd en ook dat het onderzoek aan de franchisenemer wordt verstrekt. De franchisegever is echter niet in alle gevallen gehouden om zo’n onderzoek te laten uitvoeren.

Die toevoeging ‘niet in alle gevallen’ laat zien dat je als franchisegever soms kennelijk wel verplicht kunt zijn om onderzoek te doen. Het Gerechtshof noemt als voorbeeld de situatie waarin de franchisegever door een onderzoek na te laten ontoereikende of onjuiste gegevens aan de franchisenemer heeft verstrekt. De verplichting zou ook kunnen gelden als je normaal gesproken altijd zo’n onderzoek laat doen of het onderzoek hebt toegezegd.

Conclusie

Een beroep op dwaling en/of onjuiste omzetprognoses door franchisenemers komt vaak voor.  In veel gevallen is zo’n claim uitstekend te weerleggen. Als het gaat om omzetprognoses moet een franchisegever correcte gegevens verstrekken. Hij is echter niet altijd verplicht om een onderzoek te laten doen. Mocht je een kwestie aan de orde hebben rondom omzetprognoses, schakel dan sowieso deskundige bijstand in. Het is geen eenvoudige materie, dus bel gerust op 0628-090966. Onze franchiseadvocaten zijn je graag van dienst.