Duidelijkheid over incassokosten

De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft op 15 juli jl. duidelijkheid gegeven over de incassokosten binnen handelsrelaties (‘B2B’). Van een B2B-relatie is sprake indien twee partijen een overeenkomst met elkaar sluiten die geen natuurlijke personen zijn en die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

 

In de uitspraak bevestigde de Hoge Raad dat handelspartijen contractueel mogen afwijken van de wettelijke staffel (overeenkomstig de wet Incassokosten). Een partij mag dus in een B2B verhouding in zijn algemene voorwaarden (zoals dat ook vaak gebeurt) vastleggen dat zijn debiteur (bijvoorbeeld) 15% incassokosten over de hoofdsom is verschuldigd als deze niet op tijd betaalt.

 

De rechter mag deze incassokosten wel matigen tot een ‘redelijke schadeloosstelling’ en heeft hierin een grote beoordelingsvrijheid. Of een rechter zal matigen, is afhankelijk van de situatie en zal daarom per zaak verschillen. Het uitgangspunt is dat de kosten redelijk zijn. Factoren die daarbij meegewogen kunnen worden zijn bijvoorbeeld of uw debiteur ook een vergelijkbare bepaling omtrent de incassokosten (in zijn voorwaarden) hanteert, of de afspraak omtrent de incassokosten gebruikelijk is in de branche en daarnaast kan meespelen of de schuldeiser het door de debiteur verschuldigde incassopercentage op zijn beurt weer aan zijn advocaat (of een andere partij die de incasso ter hand neemt) verschuldigd is.

 

Het advies is daarom om afspraken te maken met uw debiteur over de hoogte van de verschuldigde incasso kosten.  Indien niets is geregeld, valt u terug op de Wet Incassokosten. Daarbij geldt: ‘hoe hoger de vordering, hoe lager het percentage aan incassokosten’. Als u geen afspraken maakt, kan dus zo zijn dat u minder kosten vergoed krijgt dan u heeft gemaakt.

 

Let wel: in overeenkomsten met consumenten mag niet afgeweken worden van de wettelijke staffel, omdat de wet ten aanzien van consumenten dwingend van aard is.