I can’t get no injunction

De vrijheid van meningsuiting is een belangrijk grondrecht. Het staat zelfs expliciet vermeld in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het heeft niet alleen betrekking op meningen, maar ook op nieuwsfeiten, zelfs als deze niet helemaal juist zijn. Het is geen absoluut recht, maar het zal ook niet snel worden ingeperkt. Als er wel inperking plaatsvindt, hangt dat af van een aantal omstandigheden.

Zo kijkt een rechter niet alleen maar of de ‘mening’ steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal, op het moment dat hij te maken krijgt met een een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Hij kijkt ook naar de ernst van de beschuldiging, de aard van het medium, in welke context het nieuwsfeit is gepresenteerd en of er sprake is van een maatschappelijk debat. Pas als deze criteria allemaal met voeten zijn getreden, zal een beperking worden opgelegd. Dat is naar onze mening de belangrijkste les die kan worden getrokken uit het vonnis dat de rechtbank Amsterdam vrijdag jl. heeft gewezen.

Deze procedure was aangespannen door Promogroup B.V.en Musidor B.V. (hierna: “Promogroup c.s.) tegen de NOS. Promogroup B.V. beheert de rechten van de Rolling Stones.  Musidor B.V. is per volmacht benoemd om de Intellectuele Eigendomsrechten van de Rolling Stones te exploiteren en te handhaven.

In december 2012 is door de NOS in het journaal en op internet aandacht besteed aan belastingontwijking door buitenlandse bedrijven die via zogenoemde ‘brievenbusfirma’s opereren. Daarbij werden ook de namen van internationale artiesten als de Rolling Stones en U2 genoemd.

Promogroup c.s. eiste dat deze berichten zouden worden gerectificeerd en verwijderd, omdat hierdoor de onjuiste en negatieve suggestie zou worden gewekt dat zij brievenbusonderneming zou zijn, en zich dus schuldig zou maken aan belastingontwijking. Promogroup gaf aan dat dit onjuist was, omdat het bedrijf een operationele onderneming is met zes personeelsleden en een directie. Alle verschuldigde belastingen worden keurig afgedragen. Door de onterechte beschuldigingen lijden de Rolling Stones en hun ondernemingen reputatieschade. De gemiddelde kijker zou de conclusie trekken dat de Rolling Stones belastingfraude plegen en de gemiddelde Nederlander opzettelijk financieel benadelen. 
Promogroup c.s. is in dit geding niet alleen opgekomen voor het recht op bescherming van de eer en goede naam van haarzelf, maar ook voor de reputatie van de (leden van de) Rolling Stones, omdat deze reputatie door deze uitlatingen ook wordt aangestast.

Allereerst stelt de rechter dat de volmacht van Musidor B.V. alleen betrekking heeft op de exploitatie en handhaving van intellectuele eigendomsrechten en portretrechten van de Rolling Stones en niet op het voeren van procedures over publicaties waarbij hun eer en goede naam in het geding zijn. Daarmee resteert voor de rechter alleen nog maar de vraag of de NOS met een beroep op de vrijheid van meningsuiting Promogroup c.s. brievenbusfirma’s had mogen noemen. Die vraag beantwoordt de rechter met ‘ja’.

De rechter gaat eerst nog mee met Promogroup, door te stellen dat de term ‘brievenbusfirma’ in deze context inderdaad een negatieve bijklank heeft en dat Promogroup niet aan deze definitie voldoet. Desalniettemin overweegt de rechter dat, het feit dat de aanduiding ‘brievenbusfirma’ ook in deze context negatief is, dit niet meteen onnodig grievend of schadelijk voor de reputatie van de bedrijven is. Daarbij speelt een doorslaggevende rol dat de uitingen zijn gedaan in de context van het maatschappelijk debat in de Tweede Kamer over het voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijke belastingklimaat in Nederland.

De voorzieningenrechter acht de uitingen daarmee niet onrechtmatig jegens Promogroup c.s., zodat voor het beperken van de uitingsvrijheid (ex artikel 10 EVRM) geen grond aanwezig is. Dat Promogroup c.s. geen postbusfirma’s zijn en dat andere media wel aanleiding hebben gezien te rectificeren, doet hier niet aan af. De vorderingen van Promogroup c.s. worden geweigerd.

Daarmee is de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting weer wat duidelijker aangezet; ook nieuwsfeiten die niet helemaal juist zijn, kunnen onder omstandigheden toch als feiten worden gepresenteerd met een beroep op de vrijheid van meningsuiting.