De billijke vergoeding van de handelsagent

Als je een willekeurige opdrachtgever vraagt of de externe verkoper recht heeft op een vergoeding voor de aangebrachte klanten na afloop van het samenwerkingscontract, antwoorden de meeste van hen met een volmondig nee.

Afgelopen week werd er een arrest gepubliceerd van de Hoge Raad over de eindafrekening van een agentschap in de telecombranche. Dit arrest gaat over de hoogte van de klantenvergoeding bij agentuur.

Inleiding
Een agent heeft bij het einde van zijn agentschap recht op een klantenvergoeding. De gedachte is dat als een agent een klantenkring ontwikkelt en daarmee waarde creëert voor de onderneming van de opdrachtgever, die agent recht heeft op een passende vergoeding voor die waardevermeerdering, behalve als dat strijdig zou zijn met de billijkheid.

De wet geeft een maximum aan de klantenvergoeding, namelijk een jaar aan provisies berekend aan de hand van de gemiddelde jaarprovisie over de afgelopen vijf jaren.

Het systeem van de klantenvergoeding geeft in de praktijk ruimte voor geschillen. Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn het vaak niet met elkaar eens over of er sprake is van agentuur, wat de hoogte van de provisie is en hoe groot de klantenvergoeding moet zijn.

De agentuurovereenkomst
Bij de agentuurovereenkomst bemiddelt de handelsagent tegen beloning bij de totstandkoming van overeenkomsten van de opdrachtgever zonder aan die opdrachtgever ondergeschikt te zijn.

De agent is een zelfstandig ondernemer. Het kan gaan om de bemiddeling bij de verkoop van goederen, maar ook diensten.

Het contract hoeft ook niet de naam agentuurovereenkomst te dragen en de opdrachtnemer hoeft niet agent te heten. Belangrijker is wat de bedoeling van partijen was bij het aangaan van het contract en hoe zij in de praktijk handelen.

Provisie
Als een opdrachtnemer agent is, dan heeft hij recht op een provisie voor de (voorbereiding van) overeenkomsten die tijdens de duur of na het einde van de agentuurovereenkomst tot stand zijn gekomen.

Het begrip provisie is ruim. Het omvat alle elementen van variabele beloning. De grens ligt bij daadwerkelijke onkosten die vergoed worden.

Einde van de agentuurovereenkomst
Aan iedere samenwerking komt een einde. Voor het beëindigen van een agentuurovereenkomst gelden speciale spelregels. Als die regels niet in acht worden genomen leidt dit tot een schadeplicht.

Klantenvergoeding
Schadeplichtig of niet, een agent heeft bij het einde van de samenwerking volgens de wet recht op een billijke klantenvergoeding.

Iets anders afspreken heeft geen zin, want van deze regeling kun je niet in het nadeel van de agent afwijken. Dat kan pas, als de agent na de einddatum van het contract afstand doet.

Een jaar provisies
In de praktijk wordt al snel gezegd dat een klantenvergoeding een jaar aan provisies groot is. Maar dat zegt de wet niet. Hoe bereken je nu die klantenvergoeding?

Conclusie
De Hoge Raad zegt in de telecomcasus dat de berekening volgens drie fasen gaat.

De eerste fase kwalificeert het voordeel van de opdrachtgever van de door de agent aangebrachte of geïntensiveerde klanten. Dat is het uitgangspunt; berekend moet worden hoe groot het voordeel is van de door de handelsagent aangebrachte klanten in de toekomst.

Pas dan wordt beoordeeld of het bedrag billijk is, gelet op alle omstandigheden van het geval en met name gelet op de door de agent gederfde provisie.

Tot slot wordt in de derde fase het plafond toegepast, dat alleen een rol speelt als het wordt overschreden door het bedrag dat uit de eerste twee berekeningsfasen volgt.

Het vaak als uitgangspunt gebruikte bedrag aan jaarprovisies is dus niet meer dan een plafond.